Nike haar harttransplantatie

Mijn verhaal en ervaringen delen rondom harttransplantatie.

Welkom op mijn Site!
Ik ben Nike, 28 jaar oud, en toen ik 14 was heb ik een "nieuw" hart gekregen! Op deze site wil ik je graag wat vertellen over hoe ik het heb ervaren, en kun jij ook vertellen hoe jij het hebt ervaren.

Misschien kom je hier omdat je zelf binnenkort wel een Harttransplantatie moet ondergaan, of ben je gewoon geiinteresseerd. Dat kan natuurlijk ook!

Voor de Transplantatie

Ik ben zelf getransplanteerd toen ik 14 jaar was, dat was in 1996.
Mijn hart was veel te groot en daardoor sloten de kleppen niet goed.
Ze kwamen er al achter dat mijn hart niet goed was toen ik 6 was.
Eerst dacht men dat het door de “bof”, een kinderziekte, kwam.
Later bleek dat het is veroorzaakt door een erfelijke ziekte binnen de familie.
Mijn moeder werd namelijk ziek, en kreeg vergelijkbare klachten als dat ik had.

Terug naar toen ik zes was. De bof, dachten ze dus. Ik heb toen veel medicijnen gehad waardoor ze de transplantatie goed hebben kunnen uitstellen.
Met verloop van tijd ging het toch steeds slechter met mij.
Veel langer had het ook niet mogen duren, anders was het nog slecht afgelopen ook.
Op het eind ging het niet meer goed met mij. Ik was 14 jaar, kon niet meer ver lopen,
kon niet meer fietsen, rennen, sporten, of naar school gaan.
Ik had het altijd benauwd en was voortdurend moe.
Hieronder zie je een foto van mij die genomen is voor de transplantatie.



Na de transplantatie

De artsen hebben me ongeveer een week onder narcose gehouden.
Ik kon wel aangeven of ik pijn had of als er iets anders was maar verder niet.
Ik weet ook eigenlijk weinig van die tijd. Ik heb ook heel lang geïsoleerd gelegen.
Mijn moeder en andere familie mocht bij mij komen als ze maar een geel schort aantrokken en hun handen goed met alcohol schoonmaakten.
Dit moesten ze doen omdat ze anders gevaarlijke bacteriën mee konden brengen.
Ook al mijn speelgoed zoals mijn game boy, puzzels, bord spelletjes en mijn discman moesten allemaal met alcohol schoon gemaakt worden.
Mijn knuffels moesten goed gewassen worden en dan door de droger want die doodt ook alle bacteriën. Ik mocht ook alleen maar mono verpakkingen hebben (mono is dat het klein is, eenpersoons verpakking)
Na dat alles moest ik weer gaan leren lopen.
Ik mocht de gangen weer op. Als ik me maar goed aan zou kleden.


Uit het ziekenhuis:

Je denkt: 'ha lekker weer thuis'.
En dat was op zich ook wel zo maar je kon thuis ook weinig want ik mocht niet naar school en je mag niet naar winkels want daar kan je ook infecties oplopen. (zo mag je ook een jaar niet met het openbaar vervoer reizen) Je moet nu zelf overal aan denken, bijvoorbeeld als je iets te drinken pakt dat je wel iedere keer een schoon glas pakt, goed naar de datum kijkt en dat het niet langer dan 2 dagen open is. Ik had dus thuis altijd mijn eigen fles cola of pak sap enz.
Omdat ik zoveel schone spullen moest gebruiken hebben mijn ouders maar een vaatwasser gekocht.
Want alles moest ook nog eens heel schoon zijn.
Als ik op visite ging moest ik mijn eigen drinken en eten meenemen.
Want anders moesten ze voor mij weer een nieuw pak openen.
Ik mocht ook niks uit automaten eten en drinken.

Je mag bijvoorbeeld ook niet uit eten of naar de bioscoop.

Je moet ook iedere week voor biopt.
Hierbij brengen de doktoren een slangetje in je nek aan,
deze gaat in je slagader naar je hart en daar nemen ze hapjes bindweefsel weg.
En kunnen ze later zien of je hart niet wordt af gestoten.
Zo moet je ook iedere week bloed laten prikken en een ECG laten maken (ECG = een hartfilmpje)
Na drie maanden moest ik om de 2 weken een biopt.
En na een jaar wordt het iedere drie maanden.
En na gemiddeld 3 jaar wordt het eigelijk niet meer gedaan.
Of je moet ziek zijn dan willen ze even kijken of je hart niet afstoot.


Op het plaatje hierboven is goed te zien hoe ik er uit zag na de transplantatie. Het eerste fotootje is vlak na de transplantatie genomen. De foto's ernaast zijn allemaal om de drie maanden gemaakt. Je ziet duidelijk de bijwerkingen van de Prednison. Je kan meer over prednison lezen onder het kopje "Medicijnen en Controle".





Tegenwoordig zijn de regels veel soepeler.
Maar dit is mijn ervaring.

Medicatie + bij werkingen.

Voor de transplantatie slik je al heel wat medicijnen.
Ik weet er nog een paar:
Digoxsine, Capoten en Lasix Capoten en Digoxsine
die zijn voor het hart en de Lasix is om het vocht af te voeren (plas pillen)

Vlak na de transplantatie slikte ik 21 soorten pillen: 's ochtends: om 08.00 uur slikte ik 16 soorten pillen. 's ochtends: om 10.00 uur slikte ik 3 soorten pillen. 's middags: om 12.00 uur slikte ik 3 soorten pillen. 's middags: om 14.00 uur slikte ik 3 soorten pillen. 's avonds: om 18.00 uur slikte ik 11 soorten pillen. 's avonds om 22.00 uur slikte ik 9 soorten pillen.




Na de transplantatie slikte ik o.a. Prednison, dat gebruik ik nu gelukkig niet meer. De bijwerkingen die ik daarbij heb ervavaren zijn:

Toegenomen eetlust Ik at alles wat los en vast zat.
Vollemaansgezicht Zie fotootje.


Botontkalking daardoor kreeg ik erge last van mijn gewrichten.

Stemmingsveranderingen De ene x was ik heel gezellig en vond ik alles leuk.
En de andere x was ik zo depri als het maar kan.

Vocht vasthouden Ik had erg dikke benen. Dit zijn de bijwerkingen die ik me nog kan herrineren.
Er zijn er natuurlijk nog veel meer. Maar dit zijn de gene waar ik het meerste last van heb gehad.

Duur: de dosis wordt geleidelijk aan verlaagd en zo mogelijk na verloop van tijd gestopt.


Daarnaast moest ik ook Neoral slikken, ook wel Ciclosporine genoemd, de bijwerkingen daarvan zijn: Trillende handen (dat gaat na verloop van tijd weg.) Hoe lang ik er precies last van heb gehad weet ik niet. Tandvleesbloedingen en zwellingen van het tandvlees: Ik moest 1 x in het jaar naar bijzondertandheelkunde om mijn tandvlees weg te laten snijden. Het groeide over mijn tanden heen! Dus geen pretje met eten! Later hoorde ik dat ik een x paradontax moest gebruiken (roze) En sins ik dat gebuik is mijn tandvlees heel stabiel.

Toename van lichaamsbeharing hier heb ik ook erge last van gehad. Ik kreeg een snor en eerst deed ik die bleken maar op een gegeven moment groeide hij over mijn lippen toen ben ik maar begonnen met harsen. Ook kreeg ik heel dik haar. En dat had ik al dus kreeg mijn haar niet meer goed in een elastiek zo dik was het. En mijn armen en benen waren over behaard, Gelukkig heb ik daar nu geen last meer van.

Ook dit zijn de meest voorkomende bijwerkingen, ook hier zijn er nog veel meer.
Ik heb voor de Neoral een ander medicijn gekregen. Die minder bijwerking zou hebben. Deze heet prograft. En begin 2009 heb ik advagraft gekregen. Dit is heeft de zelfde werking als de prograft. Maar de advagraft werkt 24 uur. Dus hoef ik die maar 1 x per dag in te nemen.

Wat ik nu nog slik zijn 6 soorten pillen, namelijk: - Advagraf, - Imuran, - Ascal, - selektine, - magnesiumhydr, - en de pil!

Intervieuw OK magazine.

Dit is een Artikel uit het blad "OK Magazine", een blad voor Operatie assistenten en anesthesiemedewerkers.

Het voorjaar en de zomer van 2002 lag Laura Pels (15) in het Utrechts Medisch Centrum (UMC). Vrijwel dagelijks belden vriendinnen: ‘Hoi, heb je al een nieuw hart? Ben je al beter?’ Maar een donorhart liet bijna vijf maanden op zich wachten. In augustus onderging ze een harttransplantatie. Een ervaring die ze deelt met Nike Brink (21), die zeven jaar eerder – als eerste tiener in de geschiedenis van het Academisch Ziekenhuis Utrecht (tegenwoordig het Utrechts Medisch Centrum, UMC) - een nieuw hart kreeg. ‘Daarvoor transplanteerden ze alleen volwassenen.’ Een zware operatie, maar er was voor geen van beiden een alternatief. ‘Het is een laatste redmiddel.’

Nike: ‘Op mijn zesde werd ik ziek. Eerst werd gedacht aan een virus, maar het bleek een erfelijke afwijking. Mijn hart was te groot, mijn longen zaten knel. Acht jaar heb ik het kunnen redden met medicijnen. Maar toen werd ik zo ziek dat ik meteen moest worden opgenomen in afwachting van een donorhart. Een week of zes heeft dat geduurd. Nee, ik besefte niet wat het betekende. Hoofdverpleegkundige Albert zat elke avond aan mijn bed om uit te leggen wat er ging gebeuren: ik moest allerlei onderzoeken ondergaan, mijn leven lang medicijnen slikken om afstoting tegen te gaan, me houden aan strenge leefregels. Echt doordringen deed het niet. Gelukkig ben ik niet bang uitgevallen. Dat er vroeg of laat een operatie zou komen wist ik vanaf mijn zesde. Dus heb ik gewoon afgewacht.’

Laura: ‘Mijn hart functioneerde slecht, maar wat de oorzaak was? Misschien een infectie. Ik merkte het doordat ik vocht vasthield. Op een gegeven moment kon ik niet meer lopen, zelfs niet meer liggen – te benauwd. Op de Spoedeisende Hulp zijn foto’s van mijn longen gemaakt - ik had ook een heel raar hoestje. Een veel te groot hart, constateerden ze. Medicijnen sloegen niet aan, en toen mijn hartfunctie maar achteruit bleef hollen kwam ik met spoed op de wachtlijst voor een transplantatie. Dat ik weinig kon vergemakkelijkte het wachten. Vijf maanden lang heb ik vooral geslapen. Alleen ’s nachts niet; dan was het zo stil!’
‘Op [DATUM???] hoorde ik om 11 uur ’s avonds dat er een hart was. Drie uur later brachten ze me naar een soort wachtkamer waar voorbereidende onderzoeken werden gedaan terwijl artsen elders keken of het donorhart in orde was. Eigenlijk mocht ik niet getransplanteerd worden: ik had 40 graden koorts. Maar ze hebben de gok gewaagd; ik was er zo slecht aan toe dat ze bang waren dat ik het anders niet zou redden. Om vier uur ging ik onder het mes, vijf uur later stonden mijn ouders al rond mijn bed op de IC en diezelfde middag werd ik wakker – eigenlijk wat te vroeg.’
‘De eerste drie weken mag je niet van je kamer. Knuffels moeten weg, kaarten, planten, alles eigenlijk. Bezoekers dragen verplicht een schort en een mutsje en wassen heel goed hun handen. Eén van mijn meest levendige herinneringen aan die periode: dat mijn ouders en broertje er zo mal uitzagen in die uitdossing. En ze stonken naar desinfectant. Overal hingen stickers: Welkom terug Laura. Nogal druk vond ik het allemaal. Dat kwam ook door het geschreeuw in mijn hoofd – een bijwerking van de morfine die ik kreeg tegen de pijn. Die eerste dagen voelde ik me nog slechter dan daarvoor. Helemaal niets wilde ik, maar op een gegeven moment moest ik toch echt dat bed uit. Eerst zitten in een stoel, toen proberen naar de badkamer te lopen. Nou, dat viel niet mee!’

Nike: ‘Na de operatie golden hele strenge leefregels. Uitsluitend voorverpakte eenpersoonsporties eten, alleen drinken uit je eigen pak, altijd een schoon glas pakken. Dat leverde zo veel vuile vaat op dat mijn moeder maar een afwasmachine heeft gekocht. En medicijnen slikken, heel veel medicijnen. Vooral prednison geeft vervelende bijwerkingen: een bolle kop, gewrichtspijn. Niet met de bus, niet met de trein, niet naar school, groepen mensen vermijden. Pas na anderhalf jaar begon alles weer een beetje normaal te worden.’

Laura: ‘Nu ga ik af en toe al bij vriendinnen logeren en binnenkort mag ik – na veel gezeur van mijn kant – ook weer naar school. Zwemmen of uitgaan: dat zit er voorlopig niet in. Maar zo’n streng regime als Nike heb ik niet gehad. Vooral de regels over eten en drinken zijn soepeler geworden. Ik neem gewoon plakjes van hetzelfde stuk kaas als de rest van de familie.’

Nike: ‘Ik was de eerste, en dat was pech. Op zo’n jonge hartpatiënt als ik waren ze destijds niet berekend. Wekenlang lag ik tussen allemaal opa’s en oma’s en had eigenlijk niets te doen.’

Laura: ‘Dat ik een groot deel van de tijd alleen was – ik had een kamer voor mezelf - vond ik wel best. Ik wilde vooral met rust gelaten worden. De verpleging deed veel moeite het me naar de zin te maken, door een internetaansluiting te regelen en zo. Nee, veel transplantatiepatiëntjes van mijn leeftijd zijn er nog steeds niet. Zelf heb ik contact met twee andere tieners op de wachtlijst, een meisje van 19 en een jongen van 17. Een transplantatie verloopt bij iedereen anders, dus vertellen wat ze precies te wachten staat kan ik eigenlijk niet. Wat ik dan tegen ze zeg? Het komt vast wel weer goed.’

Jeanette Duys (40) werkt vanaf 1986 als operatie-assistent, sinds een half jaar is ze ook teamleider bij de afdeling thoraxchirurgie in het Erasmus Medisch Centrum (het vroegere Dijkzigt ziekenhuis). Regelmatig assisteert ze bij harttransplantaties. ‘Nou ja, regelmatig … we doen er gemiddeld zo’n tien à vijftien per jaar. De bottleneck is het aanbod aan donorharten – dat is beperkt. Transplantaties bij kinderen vormen slechts een klein percentage van het totale aantal transplantaties. Want je kunt natuurlijk geen volwassen hart in een kinderlijfje zetten, en donorharten van kinderen zijn helemaal zeldzaam. Nee, in de ingreep zelf is de afgelopen zeven jaar niet zo gek veel veranderd; het gaat hooguit wat sneller. Wel in de voorbereidingen en de nazorg, zoals Nike en Laura ook al aangeven, - de medicijnen die afstoting moeten tegengaan zijn flink verbeterd. Maar met die voor- en nazorg heb ik als OK-assistent niet veel te maken; dat doen verpleegkundigen en anesthesie-assistenten.
Mede door die betere medicatie gaat een donorhart tegenwoordig langer mee dan vroeger. Maar een transplantatie blijft ingrijpend; je weet van te voren dat de patiënt ook na de ingreep nog een lange weg te gaan heeft, op den duur waarschijnlijk opnieuw getransplanteerd zal moeten worden. Ook de operatie zelf is geen peulenschil. Daar merkt de betrokkene zelf natuurlijk niets van, maar de directe aanloop ernaar toe is vaak zwaar. Om te beginnen is het altijd een spoedoperatie. Je weet nooit wanneer er een hart komt. Zodra we horen dat er één beschikbaar is, gaat een chirurgisch team op pad om het hart te onderzoeken en op te halen. Soms ligt een donor toevallig in een ziekenhuis de buurt, maar het kan ook gebeuren dat we naar Duitsland moeten. Een tweede team start ondertussen de voorbereidingen voor de transplantatie hier in het Rotterdam MC. Dat betekent dat de ontvanger enkele uren van te voren vast klaargemaakt wordt voor de operatie. Lijnen en sticker worden aangebracht, voorbereidende onderzoeken gedaan. En dan maar afwachten, geheel bij kennis op de operatietafel. Wetend dat de ingreep altijd op het laatste moment kan worden afgeblazen, bijvoorbeeld als het donorhart toch niet in orde blijkt. Ook voor het operatiepersoneel is het moeilijk, die spanning, de onzekerheid. En als je dan uiteindelijk gaat opereren is er altijd het besef dat je weliswaar de patiënt een nieuw hart, en daarmee een nieuw leven geeft, maar je weet ook dat iemand anders heeft moeten sterven om dat mogelijk te maken. Dat blijft een emotionele gebeurtenis.’

- OK Magazine, 1e jaargang, nummer 1, maart 2003

Ik moet hierbij wel toevoegen dat Laura het helaas niet heeft gered... ze is 29 november 2003 overleden.

Foto's

Bezig met laden...
  • Foto's toevoegen
  • Alles weergeven
 
 
 

Badge

Bezig met laden...

uitwisselingsite van mensen met een harttransplantatie

© 2012   Gemaakt door Nike Brink.   Verzorgd door .

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden